voor het gerespecteerde dichtclublid Stefan Nieuwenhuis
en als kind viel ik tijdens het glazenwassertje spelen van
de trapleer
en ik viel een gat in mijn hoofd en iemand riep je hebt een
gat in je hoofd
en ik zei ja ja debiel zijn is het beste
niet op elk bedrijfsfeestje word ik genegeerd
met mij heb je aan een half woordje genoeg
bij mij kan je heel de avond geanimeerd beppen
zullen wij elkaar in de hemel
in de massa weer ontmoeten
er worden handen geschud
er wordt op schouders geklopt
iemand grinnikt
als de wereld is vergaan
de bloemen gingen smelten
dan weet je dat het mis is
dat we er nog zijn
dat er geen hemel is
zou je niet willen dat jouw vriend was als ik
ik heb niet alleen uitzonderlijke gedachten maar ook mijn naam als
ringtone
ik woon niet meer in de van speijkstraat onder de rook van
niemeyer
maar je vindt me wel het kan niet missen
groningen is een stad maar vooral voor middeleeuwse begrippen
met de bezwangerende geur van suikerbieten
als de ganzen gakkend in v-vlucht naar het zuiden trekken
de wereld ligt aan mijn voeten dankzij internet
hoewel ik reeds op menig forum word gebanned
sta ik wel eerste in de mahjongranglijst
ik laat je de foto zien van mijn eerste auto mijn eerste vrouw
een arm nonchalant op het dak een been opgetrokken hotpants
haar bruine ogen lijken wat op de kleur van de peugeot
destijds scheen elke dag de zon in de van speijkstraat
onder de rook van niemeyer
als ik in de spiegel kijk ben ik niet vergevingsgezind
maar raak ik opgewonden
rond halfzeven de supermarkt vaste prik
zodat de caissières denken dat ik een drukke baan heb
dat we er nog zijn
dat er geen hemel is
© Daniël Dee
Uit: Koffiedik zingen – Daniël Dee, gedichten; ISBN 97890 5452 1778, NUR 306; 60 pagina's, ingenaaid;
vormgeving: Jelmar Geertsma; verschijnt november 2007; prijs € 14,95; bestellen
kan via http://www.uitgeverijpassage.nl/content/view/152/54/